Informatie · Ziektes waar wij op testen

 

Al onze katten worden getest op erfelijke (en somige besmettelijke) ziektes. De resultaten van de gedanen testen kan je vinden op de pagina van de poes of kater. Hieronder een kleine uitleg over wat deze ziektes inhouden.


Patella

Patella luxatie betekent letterlijk dat de knieschijf uit de gleuf springt waarin hij normaal beweegt.
De knieschijf is een versteviging in de pees van de spier die er voor zorgt dat het been gestrekt kan worden.
Daar waar de pees over de punt van het dijbeen in de knie loopt is hij verstevigd door dit ronde botje: de knieschijf.
In het onder uiteinde van het dijbeen zit een gleuf waar deze knieschijf precies in past en doorheen kan glijden van boven naar beneden bij strekken en buigen van de knie.
De pees zit net onder de knie vast aan een richel op het scheenbeen: de crista.
Als de lijn waarin de patella zich beweegt niet precies in de richting gaat van de gleuf in het dijbeen, heeft hij de neiging om uit zijn gleuf te lopen, zoals een touw uit een katrol loopt als je het touw scheef trekt.
De patella luxeert naar de binnenkant, wat meestal het geval is, en minder vaak komt het voor naar de buitenkant van de knie.


HCM

HCM staat voor Hypertrofische Cardiomyopathie. Is de meest voorkomende verkregen hartziekte bij de kat. HCM is een spierziekte van het hart die gekenmerkt wordt door een sterke verdikking van de spierwand van linker en rechter hart kamer. HCM heeft een genetische basis, maar komt pas op latere leeftijd tot uiting, daarom spreken we van een verkregen (erfelijke) hartziekte. Een kat wordt dus geboren met een genetische aanleg voor HCM maar óf, wanneer en in welke mate de kat HCM ontwikkelt is van vele andere factoren afhankelijk. HCM is een erfelijke ziekte en komt even vaak voor bij katers als bij poezen. Dierenartsen hebben de indruk dat de ziekte steeds vaker voorkomt in misschien wel 5-10% van alle katten. Welke gevolgen heeft HCM op het hart? De spierwand van de linker kamer (het belangrijkste pompgedeelte van het hart) is gemiddeld 4 mm dik. Deze spierwanddikte kan bij katten met HCM wel toenemen tot 8-10 mm! De verdikking van de wand gaat ten koste van de ruimte binnen in het hart. Er is daardoor minder ruimte voor bloed binnen het hart en per hartslag kan er minder bloed worden weggepompt. Bovendien is een dikke hartspierwand erg stug. Het vullen van de kamers vanuit de boezems zal door de stugheid en het verlies aan ruimte steeds moeizamer verlopen. De boezems kunnen het bloed minder goed kwijt en de druk in de boezems zal stijgen. De boezems zullen daardoor oprekken. Op een gegeven moment is de grootte en de druk binnen de boezems zodanig dat de daarop aangesloten bloedvaten (de longader en de onderste holle ader naar de buik) ook uitrekken. Uiteindelijk kan er vocht ophopen in longen, borstkas of buik. Naast problemen met de vulling van het hart, is er soms ook sprake van problemen met het legen van het hart. Door de vormveranderingen in het hart kan de uitgang naar de aorta (of de longslagader) soms vernauwen, waardoor de uitstroom van bloed belemmerd wordt (obstructieve vorm van HCM). Bovendien kan de klep tussen linker boezem en kamer opengetrokken worden en lekken. Welke gevolgen heeft HCM in de kat? Als er sprake is van een geringe verdikking van de hartspier, dan zal dit nauwelijks gevolgen hebben voor de kat in rust. In situaties waarbij veel bloed rondgepompt moet worden (inspanning, stress) komt de kat in de problemen omdat het hart niet aan de vraag van het lichaam kan voldoen. In een sterk verdikte hartspier en in een uitgerekte wand van de hartspier kan abnormale geleiding van de stroom die het hartritme bepaalt plaatsvinden. Hartritmestoornissen kunnen leiden tot sloomheid of zelfs plotse dood. Bloed wat langzaam stroomt in een sterk uitgerekte boezem kan klonteren en bloedstolsels vormen. Zo'n stolsel wat in het hart ontstaat kan uit het hart worden gepompt en vastlopen in de bloedvaten naar de achterpoten, waardoor acute verlammingsverschijnselen optreden. Is er in een later stadium sprake van uittreden van vocht in longen, borstkas of buik, dan valt op dat de kat erg benauwd, sloom en ziek is.


PKD

PKD is de afkorting voor Polycystic Kidney Disease. Het is een erfelijke aandoening aan de nieren die bij katten voorkomt.
Katten met PKD hebben in beide nieren meerdere cystes (= met vocht gevulde holtes). Zowel het aantal cystes als de omvang van de cystes zal toenemen met het ouder worden van de kat.
(De grootte kan varieren van enkele mm's tot enkele cm's). Deze cystes verdrukken het gezonde nierweefsel waardoor de nierfunctie minder zal worden.
Je kunt het vergelijken met een ballon die langzaam opgeblazen wordt en door het groter worden het nierweefsel daaromheen verdrukt. Uiteindelijk zal er chronisch nierfalen optreden.


PK-Def

Pyruvaat Kinase (PK) is een enzym dat essentieel is voor de energieproductie in rode bloedcellen. Bij katten die deze ziekte hebben is dit enzym afwezig, waardoor rode bloedcellen versneld afgebroken worden. De afwijking kenmerkt zich door bloedarmoede. Bij diverse rassen is een verschillende mate van de symptomen beschreven. Symptomen bestaan uit bloedarmoede, en bevatten zwakte bij inspanning, hartruis en een vergrote milt.


GSD type IV

GSD IV is een afwijking waarbij overtollige suikers in het lichaam niet op de juiste manier worden opgeslagen. In gezonde dieren wordt suiker opgeslagen als glycogeen, dat direct beschikbaar is wanneer inspanning geleverd wordt. Het enzym dat hierbij betrokken is, wordt aangeduid met de afkorting GBE. In dieren die deze ziekte hebben, is GBE niet aanwezig. Hierdoor ontstaat een ophoping in organen zoals de lever. Dit leidt uiteindelijk tot uitval van die organen. Dieren met deze ziekte leven maximaal vijf maanden.


PRA rdAc & PRA Rdy:

PRA staat voor Progressieve Retina Atrofie. Het netvlies van het oog degenereert langzaam en dit leidt er toe dat de kat uiteindelijk blind wordt.
Er kunnen verschillende oorzaken voor zijn: het ontbreken van voldoende taurine in de voeding, overdosering van Enrofloxacine (een breedspectrum antibioticum) en erfelijke afwijkingen.
Indien de pra veroorzaakt wordt door onvoldoende taurine ( bijvoorbeeld alleen hondenvoer) of door het genoemd antibioticum kan in een vroeg stadium nog herstel optreden met de juiste aanpak.
In het geval van erfelijke afwijkingen is de situatie onomkeerbaar.
Op dit moment zijn er 2 genmutaties bekend die PRA veroorzaken.


rdAc:
Deze vererft recessief. Uw kat moet dit foute gen van beide ouders krijgen om een lijder te zijn. Dragers zijn volkomen gezond maar kunnen het gen wel aan hun nakomelingen doorgeven.
De eerste verschijnselen treden meestal op vanaf de leeftijd van 18-24 maanden en leiden er toe dat de kat op de leeftijd van 5- 8 jaar volledig blind is.


Rdy:
Deze vererft autosomaal. Als uw kat dit foute gen al van één ouder heeft ontwikkelt hij deze afwijking. Het is vrij agressief, de eerste verschijnselen treden al op met 7 weken wat er toe leidt dat de kat met
2 jaar volledig blind is.


SMA

SMA staat voor Spinale Musculaire Atrofie en is een erfelijke aandoening, die de skeletspieren van de romp en de ledematen aantast.
Verlies van zenuwcellen in de eerste levensmaanden leiden tot spierzwakte en atrofie (verschrompeling), hetgeen op de leeftijd van 3 à 4 maanden duidelijk wordt.
Kittens met de aandoening ontwikkelen een vreemde, wankelende wijze van lopen met de achterpoten en staan op een manier waarbij de hakken elkaar bijna raken.
Ze kunnen ook op een manier staan dat de tenen naar voren wijzen. Als ze 5 à 6 maanden oud zijn, is hun achterkant zo verzwakt dat ze moeite hebben met op meubilair springen en landen vaak op een lompe wijze als ze naar beneden springen.
Het lange haar van de Maine Coon kan het verbergen, maar grondig aftasten van de ledematen zal een verminderde spiermassa onthullen.
Kittens met de aandoening hebben geen pijn, zij eten en spelen enthousiast, zijn niet incontinent en de meesten leiden jarenlang een comfortabel leven als huiskat.


FIV

FIV staat voor Feline Immunodeficientie Virus of kattenaids is een virus dat het afweersysteem van de kat aantast en onderdrukt.
Hierdoor wordt de afweer van de besmette kat minder waardoor er allerlei problemen kunnen ontstaan. Het virus is verwant met HIV, het virus dat bij de mens AIDS veroorzaakt.
Zowel FIV als HIV zijn niet overdraagbaar van mens naar kat of van kat naar mens.
Besmetting treedt voornamelijk op door directe overdracht van het virus via bijtwonden (speeksel). Dit houdt in dat vooral (ongecastreerde) katers risico lopen omdat ze meer territoriale agressie vertonen.
Ook het in de nek bijten bij de dekking kan overdracht van het virus bewerkstelligen. Vooral in cattery's is dit de manier van overdracht.
Daarnaast kunnen kittens in principe via de placenta en de moedermelk geïnfecteerd worden, dit gebeurt echter (bijna) alleen als de moeder besmet wordt terwijl ze dragend of lacterend is.

(Onze Katten zijn getest op FIV, dit wil niet zeggen dat een gekocht kitten op latere leeftijd geen FIV kan oplopen bij de nieuwe eigenaar)


FelV

FeLV staat voor Feline Leukemie Virus of leucose is een virusziekte met een dodelijke afloop.
Het virus tast het immuunsysteem aan waardoor de besmette katten vatbaarder zijn voor allerlei secundarie infecties.
Ook kan het virus leukemie en andere tumoren veroorzaken.
Besmetting treedt voornamelijk op door langdurig sociaal contact tussen katten.
Speeksel, bloed, urine en ontlasting van een besmette kat bevat virus en elkaar wassen, uit elkaars etensbakje eten, vechten en veel onderling contact zijn manieren van overdracht van de ziekte.
Een drachtige poes kan het virus via de placenta overbrengen naar de kittens. Dit kan leiden tot abortus of geboorteafwijkingen, maar er kunnen ook gezonde kittens worden geboren die wel virusdrager zijn.
Na de geboorte kan FeLV ook via de moedermelk worden overgebracht. Buiten het lichaam is het virus vrij snel inactief. Wanneer een kat besmet raakt, zal hij niet direct ziek worden, maar zal hij wel virus uitscheiden (drager).
Er bestaat een leeftijdsresistentie. Dit betekent:
bij jonge kittens wordt 70-100% ziek
bij kittens van 8-12 weken oud wordt 30-50% ziek
bij volwassen katten wordt 10-20% ziek

(Onze Katten zijn getest op FelV, dit wil niet zeggen dat een gekocht kitten op latere leeftijd geen FelV kan oplopen bij de nieuwe eigenaar)